In onze Meetlat langs Verkiezingsprogramma’s pleit de UtrechtDB voor ‘meer gebruik van lokaal verstand’. Bedrijven en andere organisaties lossen zaken op. Soms nog voordat een overheid de pen op papier heeft. Zo was de FC er snel bij met een degelijke Covid-aanpak voor toeschouwers. Ook het ROC Midden Nederland had vlot zijn plan van aanpak klaar.
In de stad, voor de gemeente en bij andere onderwerpen geldt natuurlijk net zo goed: hoe kan je inventiviteit en energie aanboren en inzetten? En wat doe je op plekken waar minder initiatief heerst?
We komen uit een tijd van ‘inspraak’. Meestal in de ogen van beslissers de laatste horde die genomen moet worden. In bedrijven mag de OR nog even een plasje over een voorgenomen besluit doen. Voor burgers gold hetzelfde. Niet echt bevredigend, en ook niet stimulerend om je best te doen natuurlijk.
Toen kwam de ‘participatie’. In de praktijk helaas vaak slechts een schaamlap voor het naar beneden delegeren van kosten. Niet per se van beslissingsmacht. Inmiddels is dat woord dus ook weer een beetje zoek geraakt.
Maar dat gezonde lokale verstand is natuurlijk helemaal niet zoek. Wel gefrustreerd als het wéér eens niet gehoord wordt natuurlijk. Wat leidt tot situaties waarin overheid en burgers tegenover elkaar komen te staan. Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, signaleert al enige tijd dat er een veenbrand van ongenoegen gaande is. Hij vindt dat niet alleen niet wenselijk, maar ook gevaarlijk.
Nu is het voor een overheid ook niet altijd zo gemakkelijk. Ze hoeft maar een procedurefoutje te maken en het zeer mondige gezonde verstand begint een juridisch gevecht met je.
En uit de oude inspraaktijd herinnert iedereen zich dat er mensen in een stad zijn die zeker weten dat zij persoonlijk de stem des volks zijn. Dan wel die stem met gezag kunnen vertegenwoordigen. De zogeheten usual suspects. Vaak oudere jongeren. Dat lokt niet tot een inhoudsvol gesprek. Immers altijd met dezelfde mensen?
Inmiddels ontwikkelden zich de social media, en zijn er tal van wegen om snel een actie op gang te brengen. Op zich niet per se verkeerd. Maar na Covid en de intelligente lock down weten we dat een goed creatief gesprek toch echt fysieke nabijheid nodig heeft.
Op verschillende plekken en dossiers wordt inmiddels geëxperimenteerd met burgerforums. Niet alleen in Frankrijk na de gele hesjes, maar ook veel dichterbij. Ook niet altijd op nationale schaal, maar juist ook lokaal. En op dossiers waar dilemma’s spelen die nooit met brute beslismacht tot gedragen aanpak kunnen leiden.
Utrecht staat nu voor een belangrijke keuze over haar ruimtelijke ontwikkelingen. Gevolgen daarvan gaan we allemaal ervaren. In positieve en vast ook in negatieve zin. Er is ervaring inmiddels met allerlei vormen van samen optrekken. Daar helpt bijvoorbeeld het Initiatievenfonds bij. En de wijkmanager. Ook de organisatie van de viering van 900 jaar stadsrechten laat heel veel ruimte voor bottom up werken.
Als er ooit een beter moment is om de volgende stap te zetten en stevig aan de slag te gaan met goed overleg met de inwoners van de stad dan is het wel nu. In de Ruimtelijke Strategie 2040 die de gemeenteraad in juli aannam staan schetsen van de stad en van stadsdelen. Dilemma’s te over natuurlijk. Meer dan het stadskantoor aan kan. Daar zijn u en ik bij nodig. Extra huizen in de wijk betekent meer voetgangers die veilig willen lopen, meer fietsers en skaters, terwijl beschikbare ruimte juist krapper wordt. Dat betekent: ‘Luisteren naar lokaal verstand’.
Als we nu aan de slag gaan om die dilemma’s te bespreken, worden de plannen daar ongetwijfeld beter van. In de ene wijk zal dat gesprek lastiger op gang komen dan in de andere. Maar het is de enige manier om verantwoordelijkheid te delen en goede beslissingen door de raad voor te bereiden.
Het gaat niet alleen om stadsrechten, maar ook om stadsplichten voor iedereen.
Trude Maas
Voorzitter Utrecht Development Board
![Luister naar lokaal verstand]](/assets/images/pasfotos/trude_maas_2.jpg)
Quinten Peelen
INTERVIEW"De culturele sector is hechter geworden"
Quinten Peelen, directeur K. F. Hein Fonds, ziet na de Corona-verlamming de levenslust van de culturele sector in en om Utrecht opleven. “Ik denk dat we een tijd ingaan van experimenteren, nieuwe vormen. En delen, via open source of fysiek” zegt hij in ons interview bij vertrek uit de Utrecht Development Board. “Corona maakt dingen mogelijk die heel moeilijk leken”.