Als ik langs de Rooseveltboulevard loop, kan ik een glimlach niet onderdrukken. Onder de Prins Clausbrug zijn altijd vrouwen, mannen, tieners, kinderen aan het bewegen: hier is een paar jaar geleden een bootcamp gebouwd. Druk gebruikt door de bewoners van Kanaleneiland, een schakel in een favoriete wandel- en hardlooproute langs het Amsterdam-Rijnkanaal.
Ongeorganiseerd, in de buitenlucht. De openbare ruimte als oefen- en ontmoetingsplaats. Mijn ideaal. Startpunt van mijn werk in allerlei projecten die als doelstelling hebben de vitaliteit te verhogen van onze burgers.
We maken ons zorgen over jongeren. Over stress, mentale druk, eenzaamheid, bewegingsarmoede en de toenemende prestatiedruk. De cijfers liegen er niet om. Maar misschien stellen we onszelf soms de verkeerde vraag. Niet: ‘Hoe maken we jongeren vitaler?’ Maar: ‘Hoe zorgen we er samen voor dat jongeren kunnen opgroeien in een omgeving die vitaliteit mogelijk maakt?’
Te vaak kijken we naar één partij. Naar scholen die meer aandacht moeten besteden aan gezondheid. Naar ouders die grenzen moeten stellen. Naar jongeren zelf die meer zouden moeten bewegen. Maar vitaliteit ontstaat niet in een klaslokaal, niet aan de keukentafel en niet op het sportveld alleen. Vitaliteit groeit in de verbinding tussen al die plekken.
Een jongere beweegt zich dagelijks tussen verschillende werelden. Thuis, op school, eventueel bij de sportvereniging, in de buurt en zeker online. Wat gebeurt er als die werelden elkaar nauwelijks kennen? Dan missen we kansen. Kansen om signalen op tijd op te vangen, om talenten te versterken en om jongeren het gevoel te geven dat ze gezien worden.
Daarom is samenwerking geen luxe, maar noodzaak. Wanneer scholen, ouders, jongerenwerkers, sportcoaches, welzijnsorganisaties, zorgprofessionals en buurtinitiatieven elkaar weten te vinden, ontstaat er een netwerk rondom jongeren. Een netwerk dat niet alleen problemen opvangt, maar vooral kansen creëert. Juist in die samenwerking ligt de sleutel tot een gezonde en veerkrachtige generatie.
Maar samenwerking alleen is niet genoeg. Als we willen dat jongeren meer bewegen, elkaar ontmoeten en gezond opgroeien, moeten we ook kritisch kijken naar de inrichting van onze openbare ruimte. Te vaak is die ruimte vooral ingericht voor verkeer, parkeren en doorstroming. Jongeren hebben plekken nodig waar bewegen vanzelfsprekend wordt: uitdagende speelplekken, toegankelijke sportvoorzieningen, veilige fietsroutes, ontmoetingsplekken en groene ruimtes die uitnodigen om naar buiten te gaan.
Bewegen ontstaat niet alleen vanuit motivatie, maar ook vanuit mogelijkheden. De vraag is daarom niet alleen hoe we jongeren in beweging krijgen, maar ook of wij als samenleving voldoende ruimte maken om te bewegen.
Vitaliteit gaat namelijk over veel meer dan gezond eten en voldoende bewegen. Het gaat ook over erbij horen, betekenis ervaren, zelfvertrouwen ontwikkelen en perspectief hebben op de toekomst. Dat vraagt om een gemeenschap die verantwoordelijkheid deelt. Een gemeenschap die jongeren niet ziet als een doelgroep die geholpen moet worden, maar als inwoners die de ruimte verdienen om zich optimaal te ontwikkelen.
Misschien ligt daar wel de grootste uitdaging van deze tijd. Niet nóg een nieuw programma of project ontwikkelen, maar investeren in relaties, vertrouwen en een omgeving die gezondheid stimuleert. In elkaar leren kennen. In samen optrekken rondom dezelfde jongeren. En in buurten die uitnodigen tot bewegen, ontmoeten en meedoen. Zoals gebeurt onder de Prins Clausbrug.
Want als we willen dat jongeren sterk, gezond en veerkrachtig opgroeien, moeten wij als volwassenen laten zien wat verbinding en verantwoordelijkheid betekenen. De vitaliteit van jongeren is uiteindelijk een spiegel van de vitaliteit van onze samenleving. En die verantwoordelijkheid dragen we samen.
Petra Pluimers
Lid Utrecht Development Board
![Vitale jeugd vereist een vitale samenleving]](/assets/images/pasfotos/petra-pluimers2.jpg)
Home » Columns » Vitale jeugd vereist een vitale samenleving
Richard Kraan
INTERVIEW"Leefbaar, gezond en uitdagend"
“Niet wachten tot problemen ons boven het hoofd groeien. Nu inzetten om Utrecht leefbaar, gezond en uitdagend te houden”. Voor UtrechtDB-lid Richard Kraan is dit het centrale thema. “Werkgelegenheid, voorkomen van uitsluiting, daar moeten we aan werken. Als we slagen, zijn we als stad uniek.”
Vanaf het eerste uur, de oprichting in 2009, draait Richard Kraan mee in de UtrechtDB. Hij was een van de wegbereiders voor het platform dat wil dienen als smeerolie voor samenwerking tussen overheid, bedrijven en opleidingen in de stad Utrecht.
> Lees het hele interview > Alle interviews